Home » Jargon

Crypto Jargon

Je kent dat wel. Mensen beginnen over crypto te praten in jargon en je raakt de weg kwijt. Zei hij nou FUD? Is dat een verbastering van iets? Een organisatie? HODL??? Je bedoeld HOLD? DYOR? Een parfummerk? Waar hebben jullie het in godsnaam over?

Na dit artikel gelezen te hebben zul je weten waarover ze het hadden en in de toekomst kun jij je ook interessanter voordoen dan je bent. Dan raken ze CAL (confused and lost). Het zijn leuke weetjes. Here we go!

Vraagtekens, jargon
Say what???

  • 2 FA: Beveiliging van je account door te moeten inloggen met een code die naar je telefoon gestuurd wordt. Zeer belangrijk, want er is er maar één van, je telefoon is dus een echte NFT!
  • 51% attack: Als een groep miners meer dan de helft van de computing power van een blockchain netwerk hebben. Hierdoor kunnen ze confirmaties stoppen, transacties afkeuren of coins dubbel uitgeven in hun voordeel.
  • Airdrop: Manier om een nieuwe coin op de markt te brengen, door ze gratis weg te geven. Een soort marketinginstrument.
  • Altcoin: Alle andere coins dan Bitcoin.
  • AML: Anti Money Laundering.
  • AMM: Automated Market Maker.
  • API: Application Programming Interface, waarbij computerprogramma’s met elkaar kunnen communiceren op basis van een verzameling definities.
  • APR: Annual percentage Return.
  • APY: Annual Percentage Yield.
  • Arbitrage: Je koopt een coin voor een (iets) lagere prijs in bij de ene exchange en verkoopt hem op een andere voor een hogere prijs.
  • ASIC: Application Specific Integrated Circuit. Refereert naar gespecialiseerde computers die een specifieke taak moeten doen, bijvoorbeeld Bitcoin minen.
  • ATH: All Time High.
  • ATL: All Time Low.
  • Atomic Swap: Als je een coin wisselt voor een andere coin zonder tussenpersoon.
  • Audit: Een onafhankelijke autoriteit bekijkt of alles in orde is met een cryptocurrency.
  • Bag: Hoeveelheid die je van een coin hebt.
  • bApp: Blockchain app(licatie).
  • Bear market: De markt gaat flink omlaag.
  • BEP-2: Binance Chain Evolution Proposal – 2. Standaard om nieuwe tokens te creëren op de Binance Chain.
  • BEP-20: Binance Chain Evolution Proposal – 20. Standaard om nieuwe tokens te creëren op de Binance Smart Chain.
  • Bloodbath: Veel coins gaan serieus omlaag en mensen zijn virtueel veel geld kwijt.
  • Bots: Automatische computer traders.
  • Breakout: Een coin breekt door de weerstand in technische analyse en gaat omhoog.
  • Bridge: Brug tussen verschillende blockchains.
  • BTFD: Buy The Fucking Dip. Only for rude people.
  • Bull market: De markt gaat flink omhoog.
  • Burning: Verbranden van coins, coins van de markt halen.
  • Byzantine Fault Tolerant: Tolerantie voor een bepaald gedeelte aan foutieve of kwaadaardige blocks die toegevoegd worden aan de blockchain. Bekende hoeveelheden zijn 2/3e consensus en 51% consensus om een block goed te keuren.
  • CAP: Capitalization. Aantal coins X prijs.
  • CBDC: Central Bank Digital Currency.
  • CDN: Content Delivery Network.
  • CDO: Collateralized Debt Obligation. Derivaat waarbij de waarde wordt gegenereerd door een onderliggend bezit.
  • CJ: Crypto Jargon 😉
  • Cloud mining: Minen met gehuurde CPU van een host die de fysieke hardware draait. Vaak oplichters.
  • Cold wallet: Wallet waarbij je coins offline opgeslagen zijn.
  • Consensus: Als nodes het eens zijn over een nieuw block.
  • Correctie: Een coin daalt onder het support level in technische analyse.
  • DAG: Directed Acyclic Graph. Te lang om hier uit te leggen. Zie Wikipedia hier over.
  • DAO: Decentralized Autonomous Organisation. Organisaties die door een computerprogramma worden gerund, zoals PancakeSwap.
  • dApp: decentralized Application.
  • DDoS attack: Distributed Denial of Service aanval. Hiermee proberen ze een netwerk lam te leggen door veel verkeer te sturen naar die website.
  • Dead cat bounce: Een coin verliest veel waarde en er volgt een kleine opleving, waarna de prijs weer snel daalt.
  • DeFi: Decentralized Finance.
  • Derivaat: Een financieel instrument, waarbij de waarde afgeleid wordt van een onderliggend bezit of index, zoals goud.
  • Distributed ledger: (Gedistribueerd) grootboek.
  • DFS: Distributed File System.
  • DPoS: Delegated Proof of Stake. EOS.
  • DPoW: Delayed Proof of Work. Komodo.
  • Dump: Mensen (of jij) verkopen veel van een coin.
  • Dutch auction: Een coin wordt heel duur aangeboden en investeerders moeten proberen de prijs naar beneden te krijgen. Dus zo denken ze over ons in Cryptoland!
  • DYOR: Do Your Own Research. Hiernaar refereren mensen als ze vinden dat je je eigen onderzoek moet starten. Of als ze een hoge rug willen opzetten. Veel mensen lopen maar wat achter influencers en Youtube heroes aan. Als je zelf op verkenning uit gaat zul je ook je “eigen baas” worden. Het doel, als je serieus bent over crypto.
  • ELI5: Explain Like I’m 5.
  • EPoS: Effective Proof of Stake. Harmony.
  • ERC-20: Ethereum Request for Comments. De 20 staat voor de technische standaard voor de Ether, naast bijvoorbeeld het ERC-721 token (dit is een uniek token, een NFT). Er komen steeds meer Ethereum token varianten, zoals de hybride ERC-1155, zowel fungible als non fungible.
  • ETF: Exchange Traded Fund, passief beheerd beleggingsfonds dat zo precies mogelijk de onderliggende waarde in de beursindex volgt.
  • EVM: Ethereum Virtual Machine.
  • Fakeout: Een coin gaat door de weerstand met een laag volume en vervolgt zijn weg binnen de range in TA.
  • Faucet: Als een website je gratis coins geeft als je lid wordt, vaak met aanvullende voorwaarden die de scam zijn. Meestal oplichters. Vooral als het om grote bedragen gaat.
  • FinTech: Financieel technologisch(e bedrijven).
  • Flash crash: Enorme daling in korte tijd.
  • FOMO: Fear Of Missing Out. Een coin of de markt gaat heel erg omhoog en je gaat kopen. Vaak koop je dan te hoog in.
  • Fork: Afsplitsing van een coin. Hard fork: er bestaan nu twee coins. Soft fork: er gelden nu andere regels.
  • FUD: Fear, Uncertainty, Doubt. Dit betekent dat er veel angst, onzekerheid en twijfel in de markt is. Als de Bitcoin flink daalt is het zo ver. Alle andere coins dalen nog harder en de paniek slaat toe. Daarna begint de periode van FUD. Waar gaan we heen?
  • Futures: Twee partijen spreken af dat ze in de toekomst gaan handelen volgens bepaalde voorwaarden in een contract.
  • GameFi: Samensmelten van Gaming en Decentralized Finance.
  • GDPR: General Data Protection Regulation. Cookies dus.
  • Genesis block: Eerste block van een blockchain.
  • GPU: Graphical Processing Unit. Belangrijk bij minen.
  • Gwei: Giga (1 miljard) wei. Ethereum gas fees. 1 Ethereum is 1 miljard Gwei.
  • Governance token: token waarmee je mag stemmen over de toekomst van een project.
  • Halving: Om de zo veel tijd krijg je nog maar de helft van de vergoeding voor het minen van een bepaalde cryptocurrency. Bij Bitcoin gaat het om vier jaar. Even na de halving van Bitcoin staat het bekende feestje op het programma, genaamd de Grote Bullmarkt, waarin Bitcoin explodeert en altcoins meeliften. Ohne Gewähr.
  • Hard cap: Maximale bedrag dat men zal ophalen bij een ICO.
  • Hashing power: Rekenkracht van een machine voor het valideren van een nieuw block op een blockchain.
  • HODL: Hold On (for) Dear Life. Aangezien hofdl niet echt goed uit te spreken is, tenzij je een Klingon of Vogon bent, hebben ze er maar HODL van gemaakt. Het betekent dat je een coin koopt en hem voor een zeer lange tijd houdt. De bedoeling is dat de coin veel meer waard wordt in de toekomst. De meest geHODLde coin is toch wel Bitcoin. En hij stelt niet teleur. Iedere keer breekt hij weer records.
  • Hot wallet: Je coins staan online in deze wallet, bijvoorbeeld op een exchange.
  • HPoS. Hybrid Proof of Stake. Dash.
  • Hypen: Een coin wordt geshilled.
  • ICO: Initial Coin Offering. Je kunt coins kopen voordat ze op exchanges terecht komen. Als je de juiste coin koopt kun je hier heel veel geld mee verdienen. X 10 – X 100 komt vaker voor. Ongeveer 80% is een scam.
  • IDO: Initial Dex Offering. Zelfde principe, maar nu op Decentralized EXchanges als Pancakeswap en Uniswap. Een soort fundraising, maar nu worden ze gelijk gelist (kun je ze kopen / verkopen) op deze exchanges. Kun je ook veel mee verdienen. Al zitten er ook veel missers bij.
  • IDoT: Identity of Things.
  • IEO: Initial Exchange Offering. Eerst wordt een coin verkocht via een exchange als Binance en daarna wordt hij er op gelist. Meestal volgen dit dezelfde route: bij de IEO koop je een coin, als hij gelist wordt staat hij op X 20 of zo, daarna keldert de coin als een baksteen om vervolgens te stabiliseren. Als hij gelist wordt… Gelijk verkopen in het eerste uur. Nou ja, moet je ook zelf weten 😉 Kijk maar eens naar IEO’s in het verleden.
  • Impermanent loss: In een liquiditeitspaar wordt een van de coins veel meer of minder waard. Dit verschil wordt rechtgetrokken op het moment dat je de liquiditeit er weer uit haalt en wordt dan een permanent loss. Wachten tot het weer enigszins in balans komt kan vaak lonend zijn.
  • IoT: Internet of Things.
  • IPFS: Inter Planetary File System. Filecoin werkt hier onder anderen mee.
  • IPO: Initial Public Offering.
  • JOMO: Joy Of Missing Out. De markt gaat erg omlaag en je bent blij dat je niet ingestapt bent.
  • KYC: Know Your Customer. Legaliteitsmeuk.
  • Lambo: Grapje dat ontstaan is omdat Lamborghini zijn auto’s ook in Bitcoin liet betalen. When Lambo, oftewel, wanneer heb ik genoeg om een Lamborghini te kopen?
  • Liquidatie: Al je fondsen worden verkocht, omdat je bezittingen onder een bepaalde waarde zijn gedaald.
  • Liquiditeit: Hoe veel geld er in een coin gestoken is.
  • Liquidity Pool: Je steekt geld in een pot om liquiditeit te leveren, vaak met hoge opbrengsten per jaar. Meestal doe je dat door gelijke delen in waarde van twee coins om te vormen tot een liquiditeitspaar (LP).
  • Long: Gokken dat de markt omhoog gaat.
  • LPoS: Leased Proof of Stake. Waves.
  • mApp: multi-chain App.
  • Margin: Margin call: als je met hefboom er op gokt dat een coin gaat stijgen. Margin put: als je met hefboom er op gokt dat een coin gaat dalen.
  • Masternode: Produceren nieuwe blocks en beveiligen de blockchain. Hier moet je vaak veel coins voor hebben, dure apparatuur en constant online zijn.
  • Metaverse: Virtuele plaats waar gebruikers met anderen interactie kunnen hebben in een door een computer gegenereerde omgeving.
  • Mining rig: Hardware speciaal gemaakt om te minen.
  • Moon: Als een coin zo hoog staat dat hij de atmosfeer heeft verlaten.
  • MPG: Multi Player Game.
  • Native coin: Coin die hoort bij een exchange, zoals BNB.
  • NEO: Groentje, nieuweling.
  • Node: Knooppunt of computer die meestal een volledige kopie van een netwerk op de blockchain bijhoudt tegen een vergoeding.
  • Not your keys, not your coins: Als je niet in het bezit bent van de private keys, zijn het technisch gezien ook niet jouw coins, maar van degene die de private keys bezit. Als je bijvoorbeeld een coin koopt op een exchange dan ben je niet de eigenaar van deze coins, al klinkt dat gek. Pas als je coins opslaat op bijvoorbeeld een hardware wallet ben je in het bezit van de private keys en dus ook technisch gezien de coins.
  • NPoS: Nominated Proof of Stake.
  • OCO: One Cancels the Other order. Je zet een order waarbij je bijvoorbeeld winst pakt bij +25% en een stop loss bij -25%. Als een van de twee gebeurt gaat de andere deal niet meer door.
  • Oracles: In cryptocurrency gaat het dan om services die real world data verifiëren en beschikbaar stellen aan blockchains of smart contracts.
  • Order book: Lijst van in- en verkooporders op een exchange.
  • OTC: Over The Counter, buiten de markt van een exchange kopen om de markt niet te beïnvloeden en een vaste lagere prijs te krijgen.
  • Parachain: Parallelle chain op het netwerk van Polkadot of Kusama.
  • Peer to peer: Communicatieprotocol dat geen centrale hub nodig heeft.
  • Penny Coin: Coin die een paar cent of minder waard is. Vaak populair bij nieuwelingen vanwege het feit dat ze er zo veel van kunnen kopen.
  • PND: Pump aNd Dump. Als investeerders (meestal afgesproken) heel veel coins kopen en zo de prijs opdrijven, om de coin weer te verkopen als genoeg andere mensen op de trein zijn gesprongen met een FOMO. Pas op voor pump and dump groepen. De insiders drijven meestal de prijs op en als ze zeggen “Nu kopen!” beginnen ze te verkopen, keldert de prijs en zit jij met je verlies.
  • PoA: Proof of Authority. VeChain.
  • PoA: Proof of Access. Arweave.
  • PoB: Proof of Burn. Slimcoin.
  • PoC: Proof of Capacity, ook wel Proof of Space. Filecoin.
  • PoC: Proof of Coverage. Helium.
  • PoET: Proof of Elapsed Time. Hyperledger Sawtooth.
  • PoH: Proof of History. Solana.
  • PoI: Proof of Importance. NEM – harvesting.
  • Ponzi Scheme: Piramide spel waarbij nieuwe investeerders de eerdere moeten betalen.
  • PoP: Proof of Participation. ZooBC.
  • POP: Proof Of Proof. You entered a singularity loop. Empirie.
  • Portfolio: Welke coins je allemaal hebt.
  • PoS: Proof of Stake. Polkadot.
  • PoST: Proof of Stake Time. Langer gestaked, meer rewards. Vericoin.
  • PoW: Proof of Work. Bitcoin.
  • POWS: Proof Of WebSite. CryptoLoge.
  • PoX: Proof of Transfer. Stacks.
  • Private key: Sleutel die toegang geeft tot je fondsen.
  • Protocol: Set regels in een netwerk.
  • Public key: Sleutel die publiek in te zien is.
  • Public ledger: Openbaar grootboek.
  • QR code: Quick Response code.
  • Range: Marges waar een coin zich tussen beweegt.
  • REKT: Van wrecked. Veel verlies hebben.
  • Resistance: Als een coin niet boven een bepaald level komt.
  • Ring signature: Cryptografische handtekening, waarbij het onmogelijk is om te weten van wie deze is, in verband met privacy en veiligheid.
  • Roadmap: Veel coins hebben een pad dat ze willen bewandelen, een soort kalender.
  • ROI: Return on investment.
  • Roll DPoS: Gerandomiseerde Delegated Proof of Stake. Roll staat voor het rollen van een dobbelsteen.
  • RPG: Role Playing Game.
  • Rug pull: Alle liquiditeit wordt uit een coin getrokken door een massale dump tegen marktprijs en de coin gaat naar 0.
  • Satoshi Nakamoto: Iemand, of een groep, die Bitcoin gecreëerd heeft. Hier komt ook de term satoshi vandaan: 1/100.000.000e van een (Bit)coin.
  • SDK: Software Development Kit.
  • SEC: Security and Exchange Commission uit de VS.
  • Seed Phrase: Als je een wallet aanmaakt krijg je een recovery seed: een aantal woorden die je moet intypen als je je wallet ID verloren bent. Nooit aan iemand geven, dan kunnen ze je wallet leeg halen.
  • SHA: Secure Hash Algorithm. Als er een nummer achter staat betekent dit dat het zo veel bits heeft, bijvoorbeeld SHA-256 heeft 256 bits. Het heeft te maken met cryptografie.
  • Sharding: Delen of fragmenteren van werk dat door nodes moet worden gedaan zodat het creëren van een nieuw block en een transactie veel sneller gaat.
  • Shillen: Een coin wordt gehyped.
  • Shitcoin: Coin die geen gebruikswaarde heeft, zoals Dogecoin.
  • Short: Gokken dat de markt omlaag gaat.
  • Slashing: Boete voor het produceren van een corrupt block als node.
  • Smart contract: Overeenkomst in een computertaal die van kracht wordt als aan de voorwaarden is voldaan.
  • Solidity: Programmeertaal voor smart contracts van Ethereum.
  • Spoofing: Foppen van iemand, bijvoorbeeld een nep website of een nep mailadres.
  • SPoS: Secure Proof of Stake.
  • Stablecoin: Coin die ongeveer evenveel waard is in alle marktomstandigheden.
  • Stop loss: Order waarbij je een coin verkoopt tegen de marktprijs, wanneer hij onverhoopt daalt naar een specifieke prijs die je zelf opgeeft.
  • Stupid contract: Als je naar een tweedehands auto verkoper gaat.
  • Support: Als een coin niet onder een bepaald level komt.
  • Swap: De ene coin voor de andere wisselen.
  • Sybil attack: Iemand maakt een grote hoeveelheid gebruikersnamen aan om een netwerk aan te vallen en corrupte blocks te maken. Kan voorkomen worden door niet het aantal, maar de computerkracht als leidende factor te maken voor het valideren van een block of transactie, zoals bij Proof of Work. 51% attack is een bekende hoeveelheid hier bij.
  • TA: Technical Analysis.
  • Target: De prijs waar je op mikt.
  • Tendermint: Software om veilig en consistent software te verspreiden op vele machines. Byzantine Fault Tolerant.
  • TPoS: Threshholded Proof of Stake, NEAR.
  • TPS: Transactions Per Second.
  • Trading bot: Instelbare computer trader.
  • TRC-10 en TRC-20: Tokens op de TRON blockchain.
  • Trend: Een coin gaat al een tijdje omhoog of omlaag.
  • Turing complete: Programma dat elke berekening kan uitvoeren.
  • Turing incomplete: Programma waar enige onzekerheid ingebouwd is.
  • TVL: Total Value Locked.
  • Utility token: Token zoals BNB, dat verschillende functies heeft.
  • Validator: Bevestigen een nieuw block of transactie.
  • Verwatering: Coins worden minder waard omdat er zo veel bij komen.
  • Volatiliteit: Hoe veel een coin op en neer stuitert.
  • Volume: Hoe veel in waarde er is verhandeld in een coin.
  • Wall: Buywall of sellwall, als er grote orders staan om te kopen of verkopen en die eerst gedaan moeten worden voordat de coin kan stijgen of zakken.
  • Wash trading: Techniek waarbij een trader coins van zichzelf koopt in overleg met bijvoorbeeld een exchange, om de volumes op te pompen, waardoor de exchange groter en populairder lijkt.
  • Web 1.0: Eerste fase van het internet, waarbij je vooral passief informatie kon bekijken.
  • Web 2.0: Tweede fase van het internet na het millennium, waarin uploaden en downloaden, oftewel interactie, normaal werd.
  • Web 3.0: Derde fase in de ontwikkeling van het internet, waarbij toepassingen meer op elkaar zijn afgestemd en geïntegreerd.
  • Wei: Kleinste hoeveelheid Ethereum.
  • Whale: Iemand die genoeg coins of geld heeft om de markt te beïnvloeden.
  • Whitepaper: Uitleg hoe een coin werkt, meestal geschreven voordat hij op de markt komt.
  • Whitelist: Lijst van adressen waar je geld naar toe gestuurd mag worden vanaf een wallet of exchange.
  • XCMP: Cross-chain message passing.
  • Yield farming: Je geld in liquiditeitspools beleggen met hoge opbrengsten per jaar.
  • YTD: Year To Date.
  • Zero knowledge proof: Bewijs dat je waarde X wel kent, maar verder niks weet. Veel privacy coins werken hier mee.
  • ZK-Snarks: Zero-Knowledge Succinct Non-Interactive Argument of Knowledge. Je bewijst dat je bepaalde informatie hebt zonder die informatie prijs te geven en zonder interactie tussen degene die het bewijs moet leveren en degene die het verifieert.
  • ZPoS: Anonymous Proof of Stake. Pivx.

Zo, nu kun je in ieder geval meepraten op een cryptoparty, alsof je er echt wat van weet. Als je dit crypto jargon op de juiste momenten laat vallen zullen de partygangsters stellig denken dat je een expert bent en heel succesvol. Laat ze maar in die waan.

Voor mensen die het graag wat uitgebreider willen hebben is de pagina van de CryptoBieb over jargon uitstekend. Vooral boekhouders zullen deze structuur kunnen appreciëren.

Ken je er nog een paar die het vermelden waard zijn? Meldt het op het forum!