Crypto jargon

Crypto jargon
Crypto jargon

Crypto jargon is het gebruiken van typisch taalgebruik uit de cryptowereld die je alleen kent als je een insider bent. Of als je dit artikel hebt gelezen.

Je kent dat wel. Mensen beginnen over crypto te praten in jargon en je raakt de weg kwijt. Zei hij nou FUD? Is dat een verbastering van iets? Een organisatie? HODL??? Je bedoeld HOLD? DYOR? Een parfummerk? Waar hebben jullie het in godsnaam over?

Na dit artikel gelezen te hebben zul je weten waarover ze het hadden en in de toekomst kun jij je ook interessanter voordoen dan je bent. Dan raken ze CAL (confused and lost). Het zijn leuke weetjes. Here we go!

Vraagtekens, jargon
Say what???
21-32 minuten
5.062 woorden

Veel gebruikt crypto jargon

  • 2FA: Hiermee beveilig je je account. Er wordt een code naar je telefoon gestuurd door een authenticator app, zoals Google Authenticator. Deze moet je invullen voordat je iets mag doen, bijvoorbeeld fondsen versturen of inloggen. Aangezien maar één iemand jouw telefoon heeft is dit een heel veilige methode. Zeer belangrijk, want er is er maar één van, je telefoon is dus een echte NFT!
  • 51% attack: Als een groep miners of validatoren meer dan 51% van de rekenkracht van een netwerk, bijvoorbeeld Bitcoin, hebben en dit inzetten om het netwerk aan te vallen. Hierbij kunnen ze coins dubbel uitgeven in hun voordeel, geldige transacties afkeuren en het netwerk plat leggen.
  • 80/20 regel: Pareto Principle. 20 procent van je tijd spendeer je voor 80 procent van je resultaten.
  • Affiliate: Iemand of een bedrijf waar je een zakelijke relatie mee hebt. Je verdient een commissie bij verkopen. Ook wel bekend als referral.
  • AI: Artificial Intelligence, kunstmatige intelligentie.
  • Airdrop: Manier om nieuwe coins op de markt te brengen, door ze gratis weg te geven. Een soort marketinginstrument.
  • Alfanumeriek: Een waarde die bestaat uit cijfers, karakters en letters.
  • Algoritme: Een set regels of een proces dat door een computer automatisch wordt uitgevoerd om tot een specifiek einddoel te komen.
  • All-time high, all-time low: De hoogste prijs of koers die een bezitting gehad heeft.
  • Altcoin: Alle andere coins dan Bitcoin.
  • Altcoin season: Als altcoins het veel beter doen dan Bitcoin.
  • AML: Anti Money Laundering. Anti witwas regulering.
  • AMM: Automated Market Maker. Een computer draagt zorg voor het tot stand komen van de prijzen.
  • Apeing: Als een trader een net nieuwe munt koopt zonder onderzoek te doen.
  • API: Application Programming Interface, waarbij computerprogramma’s met elkaar kunnen communiceren op basis van een verzameling definities.
  • APR: Annual Percentage Return. Jaarlijks rentepercentage.
  • APY: Annual Percentage Yield. Wat je jaarlijks erbij krijgt. Dit kan meer zijn dan de Annual Percentage Return, omdat er ook rente op rente bij kan komen.
  • Arbitrage: Je maakt gebruik van lichte verschillen tussen prijzen op verschillende platforms of exchanges, door coins bij de ene bron op te kopen en hem op een andere plaats te verkopen met meestal kleine winsten.
  • ASIC: Application Specific Integrated Circuit. Refereert naar gespecialiseerde computers die een specifieke taak moeten doen, bijvoorbeeld Bitcoin minen.
  • AUM: Assets Under Management, totaal aantal bezittingen die een bedrijf beheert voor klanten.
  • ATH: All Time High. Hoogste koers die een munt heeft gehad.
  • ATL: All Time Low. Laagste koers die een munt heeft gehad.
  • Atomic Swap: Als je een coin wisselt voor een andere coin zonder een tussenpersoon, zoals een exchange.
  • Audit: Een onafhankelijke autoriteit bekijkt of alles in orde is met een cryptocurrency, zoals de veiligheid.
  • Augmented Reality: Werkelijkheid die aangevuld is met virtuele aspecten, bij Virtual Reality is alles virtueel of onecht.
  • Authentication: Identiteit bevestigen.
  • Backtesting: Kijken hoe het gebruik van hulpmiddelen bij de technische analyse in het verleden hadden gewerkt.
  • Bag: Hoeveelheid die je van een coin hebt.
  • Bandwagon effect: Beslissingen maken die gebaseerd zijn op de mening van de meerderheid.
  • Bandwidth: Bandbreedte.
  • bApp: Blockchain applicatie.
  • Bear market: De markt gaat flink omlaag voor een langere periode.
  • BEP-2: Binance Chain Evolution Proposal – 2. Standaard om nieuwe tokens te creëren op de Binance Chain.
  • BEP-20: Binance Chain Evolution Proposal – 20. Standaard om nieuwe tokens te creëren op de Binance Smart Chain.
  • Beta: Testfase.
  • Bitcoin halving: Miners krijgen nog maar half zo veel Bitcoin als ze een blok creëren.
  • BIP: Bitcoin Improvement Proposal.
  • Black swan event: Een zeer uitzonderlijke en onverwachte gebeurtenis met veel impact.
  • Blockchain trilemma: Dilemma betreffende de drie belangrijkste aspecten van een blockchain: decentralisatie, veiligheid en schaalbaarheid.
  • Bloodbath: Veel coins gaan serieus omlaag en mensen zijn virtueel veel geld kwijt.
  • Bodem: Een bodem of ondersteuning is een koershoogte die niet naar beneden wordt doorbroken.
  • Bollinger Bands: Bepaalde technische indicator die werkt met bandbreedtes.
  • Bots: Automatische computer traders die je kunt instellen om namens jou te handelen.
  • Breakout: Een coin breekt door de weerstand bij technische analyse en gaat omhoog.
  • Bridge: Brug tussen verschillende blockchains waarmee je kunt handelen tussen deze blockchains.
  • Brute force: Iets proberen te raden door elke mogelijkheid een voor een na te gaan.
  • BTFD: Buy The Fucking Dip. Only for rude people. Aansporing om munten te kopen als ze in koers gedaald zijn.
  • Bull market: De markt gaat flink omhoog voor een langere periode.
  • Burning: Verbranden van coins, coins van de markt halen.
  • Byzantine Fault Tolerant: Tolerantie voor een bepaald gedeelte aan foutieve of kwaadaardige nodes die blokken moeten goedkeuren. Bekende hoeveelheden zijn 2/3e consensus en 51% consensus om een blok goed te keuren. Als minder nodes een blok goedkeuren, wordt het voorgestelde blok afgekeurd.
  • Byzantine generals problem: Als je een beslissing moet maken, ondanks dat je niet iedereen kunt vertrouwen. Je beslissing is dan gebaseerd op een meerderheid.
  • Call: Optie om te kopen.
  • Candlestick: Japanse kaars, waarmee je kunt zien hoe hoog en laag een bezitting stond in een bepaalde periode.
  • CAP: Capitalization. Aantal coins X prijs.
  • CBDC: Central Bank Digital Currency. Digitale valuta.
  • Ciphertext: Platte tekst die encrypted is.
  • CDN: Content Delivery Network.
  • CDO: Collateralized Debt Obligation. Dit is een soort obligatie of schuld, waarbij het onderpand bestaat uit bijvoorbeeld een verzameling gebundelde hypotheken.
  • CJ: Crypto Jargon.
  • Cloud mining: Minen met gehuurde CPU van een host die de fysieke hardware draait. Vaak oplichters.
  • CoinGecko: Website die de koers van coins bijhoudt.
  • CoinMarketCap: Website die de koers van coins bijhoudt.
  • Cold wallet: Wallet waarbij je coins veilig offline opgeslagen zijn.
  • Collateral: Onderpand.
  • Confirmation: Bevestiging dat een blok is toegevoegd aan een blockchain.
  • Consensus: Overeenstemming. Dit wordt bereikt als de meerderheid van de validatoren het eens zijn over een nieuw te vormen blok op een blockchain (consensus mechanisme).
  • Consolidatie: Een munt beweegt zich steeds in dezelfde regionen qua koers.
  • Correctie: Een coin daalt opeens met meer dan 10 procent.
  • Cross-chain: Tussen blockchains.
  • Crowdfunding: Geld ophalen bij het grote publiek.
  • Cryptografie: Methode om informatie geheim te houden via versleuteling.
  • Custodial: Iemand die de bezittingen van anderen, zoals crypto, in bewaring heeft.
  • Cypherpunk: Een ontwikkelaar die voorstander is van privacy bij de ontwikkeling van de samenleving, waarbij cryptografie gebruikt wordt.
  • DAG: Directed Acyclic Graph. Te lang om hier uit te leggen. Zie Wikipedia hier over.
  • DAO: Decentralized Autonomous Organisation. Een organisatie die regels heeft vastgelegd in smart contracts op een blockchain, waardoor er geen centrale leiding nodig is en beslissingen democratisch genomen worden door leden van de DAO.
  • dApp: decentralized Application. Een applicatie die niet door een centrale autoriteit onderhouden wordt.
  • Dark web: Websites die niet te vinden zijn via gewoon surfgedrag.
  • Daytraden: Strategie om te traden binnen dezelfde dag.
  • DDoS attack: Distributed Denial of Service aanval. Hiermee proberen ze een netwerk lam te leggen door veel verkeer te sturen naar die website.
  • Dead cat bounce: Een coin verliest veel waarde en er volgt een kleine opleving, waarna de prijs weer snel daalt.
  • Death cross: Signaal dat een munt kan gaan dalen.
  • Decryptie: Encrypted data weer leesbaar maken.
  • Deep web: Gedeelte van het internet dat verborgen is voor search engines.
  • DeFi: Decentralized Finance. Financiële netwerken die niet vallen onder een centrale autoriteit zoals een bank.
  • Deflatie: Coins worden steeds meer waard, doordat er coins van de markt worden gehaald of verbrand.
  • DePIN: Decentralized Physical Infrastructure Network.
  • Derivaat: Een financieel instrument, waarbij de waarde afgeleid wordt van een onderliggend bezit of index, zoals goud.
  • Diamond hand: Investeerders die hun munten houden, zelfs als de waarde ervan met meer dan 20 procent is gedaald.
  • Dip: Daling van de koers van een munt met minder dan 10 procent.
  • Distributed ledger: Gedistribueerd grootboek. De staat van het grootboek wordt gedeeld met alle deelnemers aan een netwerk, zoals miners en nodes.
  • DFS: Distributed File System. Je kunt hiermee files delen over een groot aantal locaties.
  • Dolphin: Iemand die een bescheiden aantal munten heeft.
  • Double spending: De mogelijkheid dat een munt tweemaal wordt uitgegeven.
  • DPoS: Delegated Proof of Stake. EOS.
  • DPoW: Delayed Proof of Work. Komodo.
  • Dump: Mensen (of jij) verkopen veel van een coin.
  • Dutch auction: Een coin wordt heel duur aangeboden en investeerders moeten proberen de prijs naar beneden te krijgen.
  • DYOR: Do Your Own Research. Hiermee wordt bedoeld dat mensen niet achter anderen moeten aan lopen in de cryptowereld, maar dat ze zelf onderzoek moeten doen en op basis daarvan beslissingen moeten maken over de koop of verkoop van een coin.
  • EIP: Ethereum Improvement Proposal.
  • ELI5: Explain Like I’m 5. Leg het uit alsof je tegen een vijfjarige spreekt.
  • EPoS: Effective Proof of Stake. Harmony.
  • ERC-20: Ethereum Request for Comment. De 20 staat voor het volgnummer, naast bijvoorbeeld het ERC-721 token (dit is een NFT). Er komen steeds meer Ethereum token varianten, zoals de hybride ERC-1155, dat zowel fungible als non fungible is.
  • Escrow: Een tussenpartij behoudt de fondsen totdat twee partijen het eens zijn en geeft ze dan.
  • ETF: Exchange Traded Fund, passief beheerd beleggingsfonds dat zo precies mogelijk de onderliggende waarde in de beursindex volgt.
  • Ether: De brandstof waarmee je betaalt op Ethereum. ETH is de munt.
  • EVM: Ethereum Virtual Machine. Deze houdt de staat van de Ethereum blockchain bij.
  • Fakeout: Een coin gaat door de weerstand omhoog met een laag volume en vervolgt zijn weg daarna binnen de range bij technische analyse.
  • Faucet: Als een website je gratis coins geeft als je lid wordt, vaak met aanvullende voorwaarden waardoor het weinig tot niets oplevert.
  • Fear and Greed Index: Index die meet welk sentiment er heerst op de cryptomarkt.
  • Fiatgeld: Geld dat je van de overheid moet aannemen als ruilmiddel.
  • FinTech: Financieel technologische bedrijven.
  • First mover advantage: Voordeel dat een bedrijf of munt heeft door als eerste iets te maken, zoals Bitcoin met Proof of Work.
  • Fish: Een investeerder die heel weinig munten heeft.
  • Flash crash: Enorme daling in korte tijd.
  • Flippening: Als Ethereum ooit een hogere marketcap heeft dan Bitcoin.
  • FOMO: Fear Of Missing Out. Een coin of de markt gaat heel erg omhoog en je gaat kopen, omdat je bang bent winsten te missen.
  • Fork: Afsplitsing van een coin. Hard fork: er bestaan nu twee blockchains. Soft fork: er gelden nu andere regels.
  • Front running: Voorkruipen bij een transactierij, omdat je een toekomstige transactie kent en hiervan wilt profiteren.
  • FUD: Fear, Uncertainty, Doubt. Dit betekent dat er veel angst, onzekerheid en twijfel in de markt is. Als die angst nog verder wordt aangewakkerd door websites of influencers noemen we dat FUD zaaien.
  • Futures: Twee partijen spreken af dat ze in de toekomst gaan handelen volgens bepaalde voorwaarden in een contract.
  • GameFi: Samensmelten van Gaming en Decentralized Finance, bijvoorbeeld een blockchain spel dat ook met financiële prikkels werkt.
  • Game theory: Speltheorie, waarbij onderzoekers een model maken op basis van hoe ze denken dat gebruikers zullen reageren.
  • Gas: Dit moet je betalen om iets te kunnen doen op de Ethereum blockchain.
  • GDPR: General Data Protection Regulation. Dit is regulatie vanuit de overheid, waarbij websitebeheerders moeten aangeven wat ze met je gegevens (cookies) gaan doen en waarbij jij kunt aangeven wat een website wel en niet mag bijhouden of opslaan.
  • Genesis block: Eerste blok van een blockchain.
  • GitHub: Platform waarop door ontwikkelaars wordt gesproken over allerlei projecten.
  • Golden cross: Een aanduiding bij technische analyse dat de koersen de komende tijd omhoog zouden kunnen gaan.
  • Governance token: Token waarmee je mag stemmen over de toekomst van een project.
  • GPU: Graphical Processing Unit. Videokaart, belangrijk bij minen.
  • Gwei: Giga (1 miljard) wei (0.000000001 ETH). Je ziet dit vaak staan als je gas fees moet betalen op het Ethereum netwerk. 1 miljard Gwei is evenveel als 1 Ethereum. 1 wei is de kleinste hoeveelheid ETH.
  • Hacking: Ongeoorloofd inbreken bij andermans computer.
  • Halving: Sommige coins geven om de zoveel tijd minder coins aan validatoren per blok dat ze toevoegen. De bekendste is Bitcoin, waarbij de beloningen per tien minuten iedere vier jaar gehalveerd worden, waarna tot nu toe de prijs van Bitcoin explodeert en de bull market begint.
  • Hard cap: Van te voren bepaald maximale bedrag dat men zal ophalen bij een ICO.
  • Hash: Bepaalde waarde die je kunt uitrekenen met een algoritme.
  • Hashing power: Rekenkracht van een machine voor het valideren van een nieuw blok op een blockchain.
  • Hedge fund: Investeringsfonds dat meerdere strategieën gebruikt ter bescherming van fondsen.
  • HODL: Hold On for Dear Life. Aangezien hofdl niet echt goed uit te spreken is, tenzij je een Klingon of Vogon bent, hebben ze er maar HODL van gemaakt. Het betekent dat je een coin koopt en hem voor een zeer lange tijd houdt. De bedoeling is dat de coin veel meer waard wordt in de toekomst. De meest geHODLde coin is toch wel Bitcoin.
  • Honingpot: Een investeerder in de val lokken met een lokkertje.
  • Hot wallet: Je coins staan online in deze wallet, bijvoorbeeld op een exchange.
  • HPoS. Hybrid Proof of Stake. Dash.
  • Hypen: Een influencer maakt een hoopt poeha over een coin om een bepaalde reden, bijvoorbeeld omdat hij er zelf veel van heeft of ervoor betaald wordt.
  • ICO: Initial Coin Offering. Een coin wordt voor de eerste keer grootschalig verkocht, meestal om geld in te zamelen om de coin te kunnen ontwikkelen. Ongeveer 80% is een scam.
  • IDO: Initial DEX Offering. Een coin wordt voor de eerste keer grootschalig verkocht op een gedecentraliseerde exchange om geld in te zamelen om de coin te kunnen ontwikkelen.
  • IDoT: Identity of Things.
  • IEO: Initial Exchange Offering. Een coin wordt voor de eerste keer grootschalig verkocht op een exchange om geld in te zamelen om de coin te kunnen ontwikkelen.
  • Impermanent loss: Terminologie die gebruikt wordt bij een liquiditeitspaar dat je aangekocht hebt, bijvoorbeeld BNB en CAKE. Als een van de twee veel minder waard wordt, kun je als je dan je geld eruit haalt te maken krijgen met permanent loss. Het is dus een tijdelijk verlies door het dalen van de prijs van een van de twee in het liquiditeitspaar.
  • Inflatie: Coins worden minder waard doordat er steeds meer bij komen. Geldontwaarding.
  • Inscripties: Iedere satoshi kan voorzien worden van een inscriptie, oftewel data op zo’n specifieke satoshi met serienummer (bijvoorbeeld satoshi 222 van de vijfde Bitcoin ooit gemaakt). Vaak gaat het om een NFT, maar het kan ook om andere data gaan.
  • Insider trading: Handel met voorkennis.
  • IoT: Internet of Things.
  • IPFS: Inter Planetary File System. File systeem waarbij bestanden over de hele wereld verkrijgbaar zijn, zoals bij Filecoin.
  • IPO: Initial Public Offering. Meestal worden de coins dan aangeboden aan een geselecteerde club investeerders.
  • JOMO: Joy Of Missing Out. De markt gaat erg omlaag en je bent blij dat je niet ingestapt bent.
  • Keylogger: Programma dat kan vaststellen welke toetsen je intypt.
  • KYC: Know Your Customer. Legaliteitsissues, waarbij je van klanten allerlei gegevens moet vastleggen, zoals identiteitspapieren en naam, adres, woonplaats.
  • Lambo: Grapje dat ontstaan is in de tijd dat je nog met Bitcoin kon betalen voor een Lamborghini. Ze vragen dan: “When Lambo?” Met andere woorden: wanneer heb ik genoeg verdiend met crypto om een Lamborghini te kunnen betalen?
  • Leverage: Hefboom.
  • Limit order: Limietprijs bij een trade.
  • Liquidatie: Al je fondsen worden verkocht, omdat je bezittingen onder een bepaalde waarde of percentage zijn gedaald.
  • Liquiditeit: Hoe gemakkelijk je een munt kunt verhandelen rond de huidige koers. Dit heeft te maken met het aantal handelaren in een munt en hoe goed het orderboek gevuld is.
  • Liquidity Pool: Je steekt geld in een pot om liquiditeit te leveren. Als er gehandeld wordt via deze pot, krijg je een percentage van de handelskosten. Meestal doe je dat door gelijke delen in waarde van twee coins om te vormen tot een liquiditeitspaar (LP). Ook wel Liquidity Provider Tokens.
  • Long: Gokken dat de markt omhoog gaat.
  • LPoS: Leased Proof of Stake. Waves.
  • Mainchain: Basis blockchain waar alle transacties plaatsvinden.
  • Mainnet: Onafhankelijke blockchain met eigen technologie en protocollen.
  • Malware: Software met een kwaadaardige bedoeling.
  • mApp: multi-chain App. Een app die je op meerdere blockchains kunt gebruiken.
  • Margin call: Als je onder de marge valt en geliquideerd wordt.
  • Market maker / taker: Maker plaatst een order, taker accepteert de order.
  • Market order: Als je zonder limiet een munt koopt of verkoopt, tegen marktprijs.
  • Masternode: Computers die nieuwe blokken produceren en de blockchain beveiligen. Hier moet je vaak veel coins voor bezitten, dure apparatuur hebben en constant online zijn.
  • Max supply: Maximale hoeveelheid munten van een cryptocurrency.
  • Memecoin: Munt zonder gebruikswaarde, meestal gebaseerd op een aantrekkelijke afbeelding of idee.
  • Mempool: Alle openstaande transacties.
  • Merkle tree: Boomdiagram uit de cryptografie.
  • Metaverse: Virtuele plaats waar gebruikers met anderen interactie kunnen hebben in een door een computer gegenereerde omgeving, meestal een game.
  • MFA: Multi Factor Authentication. Hierbij moet je meerdere dingen opgeven om door het authenticatie proces heen te komen.
  • MiCA: Markets in Crypto-Assets, EU wetgeving betreffende crypto.
  • Mining difficulty: Hoe moeilijk het is om een hash te raden.
  • Mining rig: Hardware speciaal gemaakt om te minen.
  • Moon: Als een coin zo hoog staat dat hij de atmosfeer heeft verlaten en op de maan belandt.
  • MPG: Multi Player Game.
  • Multi-Sig: Als meerdere handtekeningen nodig zijn om een transactie te voltooien.
  • Native coin of token: Coin die hoort bij een exchange, zoals BNB.
  • NEO: Groentje, nieuweling.
  • Node: Knooppunt of computer die meestal een volledige kopie van de blockchain bijhoudt.
  • Non-custodial: De private sleutels van je munten in eigen beheer hebben.
  • Nonce: Number only used once.
  • Not your keys, not your coins: Uitdrukking die gebruikt wordt om aan te geven dat als je niet in het bezit bent van de private sleutel van een coin, dat je dan technisch gezien ook niet de eigenaar bent van de coins. Dit is het geval als je bijvoorbeeld je coins stalt op een exchange. De exchange heeft de private sleutels en is dus eigenlijk de eigenaar van deze coins. Sla je coins op een hardware wallet op dan ben je wel in het bezit van de private sleutels en dus technisch gezien ook eigenaar.
  • NPoS: Nominated Proof of Stake.
  • OCO: One Cancels the Other order. Je zet een order waarbij je bijvoorbeeld winst pakt bij +25% en een stop loss bij -25%. Als een van de twee gebeurt gaat de andere order niet meer door.
  • On-chain: Op de blockchain.
  • Open interest: Aantal derivaten met hefboom dat open staat.
  • Open source: Broncode die iedereen mag gebruiken.
  • Optie: Mogelijkheid maar niet de verplichting om een bepaalde bezitting te kopen of verkopen op een bepaalde datum.
  • Oracles: In de cryptowereld betekent een Oracle een service die gegevens uit de real world verifieert en vervolgens beschikbaar stelt aan blockchains of smart contracts. Je kunt hierbij denken aan voetbaluitslagen of koersen van coins.
  • Order book: Lijst van in- en verkooporders op een exchange.
  • Ordinals: Het systeem waarbij afzonderlijke satoshis op de Bitcoin blockchain een nummer krijgen,
  • OTC: Over The Counter. Dit gebeurt vaak bij grote orders, die van een exchange worden gekocht zonder in het order book te verschijnen. Op deze manier wordt de prijs niet beïnvloed.
  • Parachain: Parallelle chain op het netwerk van Polkadot of Kusama.
  • Peer to peer: Communicatieprotocol dat geen centrale hub nodig heeft, letterlijk tussen gelijken.
  • Penny Coin: Coin die een paar cent of minder waard is. Vaak populair bij nieuwelingen vanwege het feit dat ze er zo veel van kunnen kopen.
  • Phishing: Letterlijk vissen, naar gevoelige informatie.
  • Play to earn: Een spel spelen waar je geld mee kunt verdienen.
  • PND: Pump and Dump. Praktijk waarbij meestal een groep insiders van te voren grote hoeveelheden van een coin met weinig liquiditeit inslaan, waarna ze de outsiders vertellen dat ze de coin samen op een hoger peil gaan brengen. Op het moment dat afgesproken is gaan de outsiders met zijn allen de prijs opdrijven, waarna de insiders al hun coins dumpen, waardoor de prijs enorm zakt en de outsiders veel geld verliezen.
  • PoA: Proof of Authority. VeChain.
  • PoA: Proof of Access. Arweave.
  • PoB: Proof of Burn. Slimcoin.
  • PoC: Proof of Capacity, ook wel Proof of Space. Filecoin.
  • PoC: Proof of Coverage. Helium.
  • PoET: Proof of Elapsed Time. Hyperledger Sawtooth.
  • PoH: Proof of History. Solana.
  • PoI: Proof of Importance. NEM – harvesting.
  • Ponzi Scheme: Piramide spel waarbij nieuwe investeerders de winsten van de eerdere spelers moeten betalen, totdat de betalingen niet meer op te brengen zijn of er geen nieuwe investeerders bij komen.
  • PoP: Proof of Participation. ZooBC.
  • Portfolio: Welke coins je allemaal hebt.
  • PoS: Proof of Stake. Polkadot.
  • PoST: Proof of Stake Time. Langer gestaked, meer rewards. Vericoin.
  • PoW: Proof of Work. Bitcoin.
  • PoX: Proof of Transfer. Stacks.
  • Private key of private sleutel: Sleutel in cryptografie die nodig is om je coins uit te kunnen geven.
  • Protocol: Set regels in een netwerk.
  • Public key of publieke sleutel: Sleutel die iedereen mag weten, zoals je Bitcoin adres om coins op te storten.
  • Public ledger: Door iedereen in te zien grootboek, waarop de gegevens van een blockchain staan.
  • QR code: Quick Response code.
  • Range: Marges waar een coin zich tussen beweegt.
  • REKT: Van wrecked. Veel verlies hebben of geruïneerd zijn.
  • Resistance: Als een coin moeite heeft om een bepaalde prijs te overtreffen. Dit is een term uit de technische analyse, waarbij de hoogste prijs uit een periode als de resistance wordt aangemerkt.
  • Ring signature: Cryptografische handtekening, waarbij het onmogelijk is om te weten van wie deze is, in verband met privacy en veiligheid.
  • Roadmap: Veel coins hebben een pad dat ze willen bewandelen, een soort kalender. Op de roadmap staat wanneer ze iets willen bereiken.
  • ROI: Return on investment.
  • Roll DPoS: Roll Delegated Proof of Stake. Roll (random) staat hierbij voor het rollen van een dobbelsteen om te bepalen wie het volgende blok mag maken en de nieuwe coins krijgt.
  • RPG: Role Playing Game.
  • Rug pull: De rug pull betekent dat iemand al zijn coins tegen marktprijs op de markt dumpt, waarna de coin niks meer waard is, omdat zelfs de laagste bieding op een coin nog gevuld wordt. Vaak zijn de makers van een coin hiervoor verantwoordelijk, vooral bij net uitgebrachte coins.
  • Runes: Bitcoin Runes zijn simpel gezegd een systeem om eenvoudig nieuwe inwisselbare (fungible) tokens te creëren op de bitcoin blockchain.
  • RWA: Real World Assets, bezittingen uit de echte wereld.
  • Satoshi Nakamoto: De persoon, of een groep, die Bitcoin gecreëerd heeft. Hier komt ook de term satoshi vandaan: 1/100.000.000e van een Bitcoin.
  • Scam: Oplichting.
  • SDK: Software Development Kit. Soort blokkendoos waaruit je kunt kiezen, waarmee je software kunt maken volgens het principe van Lego.
  • SEC: Security and Exchange Commission uit de VS. Amerikaanse financiële waakhond.
  • Seed Phrase: Als je een wallet aanmaakt, krijg je een recovery seed of seed phrase. Hiermee kun je, als je alles kwijt bent, je account weer terughalen en dus ook je fondsen. Vergeet niet dat als je deze aan anderen geeft, zij dit ook kunnen.
  • SegWit: Segregated Witness, een upgrade van Bitcoin.
  • SHA: Secure Hash Algorithm. Als er een nummer achter staat betekent dit dat het zo veel bits heeft, bijvoorbeeld SHA-256 heeft 256 bits. Het heeft te maken met cryptografie en het veilig houden van je digitale munten.
  • Sharding: Delen of fragmenteren van werk dat door nodes moet worden gedaan zodat het creëren van een nieuw blok en het valideren van een transactie veel sneller gaat.
  • Shillen: Dit is hetzelfde als hypen, waarbij een influencer probeert een coin populairder te maken, meestal omdat hij er zelf veel van heeft of ervoor betaald wordt.
  • Shitcoin: Coin die geen gebruikswaarde heeft, zoals Dogecoin. Een andere benaming voor een memecoin.
  • Short: Gokken dat de markt omlaag gaat.
  • Sidechain: Onafhankelijke blockchain met een wederzijdse connectie met de hoofdblockchain.
  • Signaal: Een teken dat je een munt moet kopen of verkopen.
  • Slashing: Als je een boete krijgt voor het produceren van een foutief blok, of als je andere dingen fout doet, zoals offline gaan als validator. Strategie van Proof of Stake netwerken om de validatoren eerlijk te houden.
  • Slippage: Een hogere prijs moeten betalen voor een munt dan de huidige koers.
  • Smart contract: Overeenkomst in een computertaal die van kracht wordt als aan de voorwaarden ervan is voldaan.
  • Social engineering: Iemand proberen op te lichten door kennis van zijn sociale leven.
  • Solidity: Programmeertaal voor smart contracts op de Ethereum blockchain.
  • Spike: Plotselinge grote koersbeweging omhoog of omlaag, waarna de koers weer terug veert.
  • Spoofing: Foppen. Als je iemand voor de gek houdt, bijvoorbeeld door een website precies na te maken en de gebruiker zijn gegevens laat invullen, waarna je met deze gegevens nare dingen gaat doen.
  • SPoS: Secure Proof of Stake.
  • Spot handel: Directe handel in munten, bijvoorbeeld fiatgeld voor Bitcoin.
  • Spyware: Software bedoeld om te spioneren.
  • SSI: Self Sovereign Identity. Je identiteit is je eigen bezit.
  • Stablecoin: Coin die ongeveer evenveel waard is in alle marktomstandigheden, meestal gekoppeld aan de dollar of andere belangrijke valuta.
  • Stop loss: Dit is een order waarbij je een coin verkoopt tegen marktprijs als de coin zakt naar een prijs die je zelf opgeeft. De naam zegt het al: je probeert je verliezen te beperken met dit soort order.
  • Support: Als een coin niet onder een bepaalde prijs zakt in een bepaalde periode noemen we die prijs zijn support of ondersteuning.
  • Swap: De ene coin voor de andere wisselen.
  • Swing traden: Handel op de middellange termijn.
  • Sybil attack: Iemand maakt een grote hoeveelheid gebruikersnamen aan om een netwerk aan te vallen en corrupte blokken te maken. Kan voorkomen worden door niet het aantal, maar de computerkracht als leidende factor te maken voor het valideren van een blok of transactie, zoals bij Proof of Work. 51% attack is een bekende hoeveelheid hier bij.
  • TA: Technische analyse.
  • Target: De prijs waar je op mikt om te kopen of verkopen.
  • Tendermint: Open source blockchain protocol engine, waarop ontwikkelaars kunnen bouwen ongeacht met welke programmeertaal ze werken.
  • Terahash: 1.000.000.000.000 hashes, een eenheid om de snelheid van een miner aan te duiden.
  • Tokenisatie: Iets vertegenwoordigen door een token, zoals een aandeel in tokenvorm.
  • Tokenomics: Hoe de munten van een blockchain verdeeld zijn over het team en investeerders en hoe nieuwe munten gemaakt worden. Economische aspecten van een token.
  • Token standaard: Standaard bij het maken van een token, zoals ERC-20.
  • TPoS: Threshholded Proof of Stake, NEAR.
  • TPS: Transactions Per Second. Het aantal transacties dat een blockchain per seconde kan verwerken.
  • Trading bot: Instelbare computer trader.
  • TRC-10 en TRC-20: Tokens op de TRON blockchain.
  • Trend: Een coin gaat al een tijdje omhoog of omlaag.
  • Trojan: Malware die zich voordoet als iets voordeligs.
  • Trustless: Als er geen vertrouwen nodig is om iets te doen, omdat de techniek zorgt dat dat niet hoeft.
  • Turing complete: Programma dat elke berekening kan uitvoeren.
  • Turing incomplete: Dit is een programma waar enige onzekerheid in de berekening is ingebouwd, met als doel veel voorkomende wiskundige problemen als een loop te voorkomen.
  • TVL: Total Value Locked. Totale hoeveelheid geld die op een bepaalde blockchain vastgezet is om rente te trekken.
  • Use case: Gebruikswaarde.
  • Utility token: Token dat gebruikt kan worden voor verschillende dingen. Ze kun je BNB gebruiken om minder handelskosten te betalen, maar je kunt het ook staken en daar verschillende voordelen mee krijgen.
  • Validator: Meestal een krachtige computer of miner van iemand die soms veel coins at stake heeft, waardoor hij gezien wordt als iemand die betrouwbaar genoeg is om een nieuw blok aan een blockchain toe te voegen.
  • Verwatering: Coins worden minder waard omdat er zo veel bij komen. Het equivalent van inflatie door de geldprinter.
  • Virtual reality: Een met de computer gegenereerde werkelijkheid.
  • Virus: Malware die zich over computers verspreidt.
  • Volatiliteit: Hoeveel de koers van een coin op en neer stuitert.
  • Volume: Hoeveelheid in waarde dat verhandeld is in een munt.
  • Wall: Buywall of sellwall, als er grote orders in het orderbook staan om te kopen of verkopen en die eerst afgehandeld moeten worden voordat de coin kan stijgen of zakken.
  • Wash trading: Techniek waarbij een trader coins van zichzelf koopt in overleg met bijvoorbeeld een exchange, om de volumes op te pompen, waardoor de exchange groter en populairder lijkt.
  • Weak hand: Bij de minste of geringste tegenstand een munt in paniek verkopen.
  • Web 1.0: Eerste fase van het internet, waarbij je vooral passief informatie kon bekijken.
  • Web 2.0: Tweede fase van het internet na het millennium, waarin uploaden en downloaden, oftewel interactie, normaal werd.
  • Web 3.0: Derde fase in de ontwikkeling van het internet, waarbij toepassingen meer op elkaar zijn afgestemd en geïntegreerd.
  • Weerstand: Als een munt maar niet boven een bepaalde koers komt in een bepaalde periode noemen we dat zijn weerstand.
  • Wei: Kleinste hoeveelheid Ethereum.
  • Whale: Iemand die veel munten heeft van een bepaalde cryptocurrency.
  • When Lambo: Wanneer heb ik genoeg verdiend om een Lamborghini te kunnen kopen?
  • Whitelist: Bijvoorbeeld een lijst van adressen waar je coins naar gestuurd kunnen worden. Deze whitelist is bedoeld om fouten bij versturen te voorkomen, maar ook om de veiligheid te verhogen door onbevoegden geen coins te laten versturen naar zichzelf.
  • Whitepaper: Voordat een coin op de markt komt wordt er vaak een document geschreven, waarin omschreven wordt hoe de coin werkt. Dit noemt men een whitepaper.
  • XBT: Andere schrijfwijze voor Bitcoin.
  • XCMP: Cross-chain message passing. Het versturen van boodschappen tussen verschillende blockchains.
  • Yield farming: Je geld in liquiditeitspools beleggen met hoge opbrengsten per jaar.
  • YTD: Year To Date.
  • Zero knowledge proof: Het enige dat je hoeft te bewijzen is dat je een bepaalde waarde kent, zonder dat je andere waarden hoeft te kennen. De bedoeling is hierbij dat je precies genoeg weet om je taak uit te voeren, zonder dat de privacy van deelnemers aan het netwerk geschaad wordt.
  • ZK-Snarks: Zero-Knowledge Succinct Non-Interactive Argument of Knowledge. Je bewijst dat je bepaalde informatie hebt zonder die informatie prijs te geven en zonder interactie tussen degene die het bewijs moet leveren en degene die het verifieert.
  • ZPoS: Anonymous of Zero Proof of Stake. Pivx. Deze wordt veel gebruikt bij privacy coins, zodat niemand weet hoeveel munten je staket of hoeveel je er hebt.

Zo, nu kun je in ieder geval meepraten op een cryptoparty, alsof je er echt wat van weet. Als je dit crypto jargon op de juiste momenten laat vallen zullen de partygangsters stellig denken dat je een expert bent en heel succesvol. Laat ze maar in die waan.

Scroll naar boven